Antwoord:

De 2 jongetjes gingen samen in de kano en peddelden naar de overkant.
Daar stapte er 1 uit. De andere peddelde terug naar de boerderij.
Hier stapte hij uit en ging 1 van de soldaten in de kano.
Toen de soldaat met de kano aan de overkant was, ruilde hij van plaats met het daar aanwezige kind.
Deze peddelde weer terug om zijn broer op te halen. Samen gingen ze weer naar de overkant.
Een van de broertjes stapte daar weer uit. En de andere ging weer terug, naar de laatste soldaat die nog bij de boerderij stond.
Daar aangekomen, ruilde het jongetje weer met de soldaat, die snel naar zijn maat peddelde.
Daar aangekomen kon het broertje wat daar was, met de kano weer terug naar zijn broer bij de boerderij.

Terug naar de raadsels