Wedstrijd reglement van de Atletiekunie.

In het Wedstrijd Reglement van de Atletiekunie staan de regels aangegeven waaraan de organisatoren van wedstrijden, en de deelnemers aan die wedstrijden zich dienen te houden.
Ze is daarbij uitgegaan van de regels zoals die door de IAAF bepaald zijn.
Voor het snelwandelen staan deze in Afdeling VII, artikel 230
Begin 2010 is er een nieuwe uitgave van het wedstrijd reglement uitgekomen.
Het complete artikel 230 zoals dat vanaf 1 januari 2010 van kracht is, staat hieronder.



Afdeling VII Snelwandelen

WEDSTRIJDREGLEMENT 2010-2011

Afdeling VII Snelwandelen

Artikel 230 Snelwandelen

 

1. Snelwandelen is het zich voortbewegen door middel van stappen waarbij,

voor zover (met het menselijke oog) zichtbaar, het contact met de grond

ononderbroken gehandhaafd blijft. Het voorste been moet gestrekt zijn (dat

wil zeggen, niet gebogen in de knie) vanaf het moment van het eerste contact

met de grond tot het moment dat dit been zich in verticale stand bevindt.

Jureren

2. (a) Als deze niet van tevoren is aangewezen, kiest de snelwandeljury uit

hun midden een chef snelwandeljury.

(b) Alle juryleden handelen zelfstandig. Hun jurering moet gebaseerd zijn op

directe visuele waarneming.

(c) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a), moeten alle juryleden internationale

juryleden snelwandelen zijn. Bij wedstrijden die vallen onder

artikel 1.1 (b), (c), (e), (f), (g) en (j) moeten de juryleden ofwel continentale

ofwel internationale juryleden snelwandelen zijn.

(d) Bij (internationale) wegwedstrijden moeten er normaliter minimaal zes

en maximaal negen juryleden, inclusief de chef snelwandeljury, in functie

zijn.

(e) Bij (internationale) baanwedstrijden moeten er normaliter, inclusief de

chef snelwandeljury, zes juryleden in functie zijn.

(f) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a) mag er niet meer dan een

jurylid per land worden benoemd

Chef jury

3. (a) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a), (b), (c), (d) en (f) heeft de

chef snelwandeljury het recht om in de laatste fase van de wedstrijd een

atleet, die zich op de atletiekbaan bevindt, direct te diskwalificeren wanneer

de finish in het stadion plaatsvindt. De chef snelwandeljury heeft

ook het recht een atleet die de laatste 100 m is ingegaan direct te diskwalificeren

wanneer de race volledig op de weg of op de baan plaatsvindt.

In beide gevallen omdat de gebezigde stijl van lopen overduidelijk

in strijd is met artikel 230.1 en onafhankelijk van het aantal rode kaarten

dat de chef snelwandeljury voor de desbetreffende atleet heeft ontvangen.

Een atleet die onder deze omstandigheden door de chef snelwandeljury

is gediskwalificeerd moet worden toegestaan om zijn wedstrijd te

beëindigen.

Hij moet van de diskwalificatie door de chef snelwandeljury of door een

van diens assistenten op de hoogte worden gebracht door het tonen van

het rode bordje bij de eerst mogelijk gelegenheid nadat de atleet de finish

is gepasseerd.

(b) De chef snelwandeljury treedt tijdens de wedstrijd op als toeziend official

en mag alleen als jurylid optreden in de situaties zoals die in artikel

230.3 (a) beschreven zijn voor wedstrijden die vallen onder artikel 1.1

(a), (b), (c), (d) en (f). Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a), (b),

(c) en (f) moeten twee of meer assistenten voor de chef snelwandeljury

worden benoemd. De taak van de assistenten is uitsluitend het kenbaar

maken van diskwalificaties aan de atleten. Zij mogen niet als jury snelwandelen

optreden.

(c) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a), (b), (c) en (f) moet er een

official die verantwoordelijk is voor het “diskwalificatiebord” en een secretaris

voor de chef snelwandeljury worden benoemd.

Waarschuwing

Een atleet moet gewaarschuwd worden als hij door zijn gebezigde stijl van

lopen het gevaar loopt niet te voldoen aan de definitie van snelwandelen

volgens artikel 230.1, door hem een geel bordje te tonen, waarop aan beide

zijden symbolisch het type overtreding is aangegeven.

Een atleet mag voor dezelfde overtreding geen tweede waarschuwing van

hetzelfde jurylid krijgen. Het betreffende jurylid moet het geven van een

waarschuwing na de wedstrijd aan de chef jury melden.

Rode kaarten

Als een jurylid waarneemt dat gedurende enig deel van de wedstrijd, de

manier van voortbewegen van een atleet in strijd is met het gestelde in artikel

230.1, doordat hij zichtbaar het contact met de grond verbreekt, of loopt

met een gebogen knie, dan moet het jurylid een rode kaart sturen naar de

chef jury.

Diskwalificatie

(a) Als voor een atleet drie rode kaarten door drie verschillende juryleden

naar de chef jury zijn gestuurd, wordt de desbetreffende atleet gediskwalificeerd.

Hij moet daarover door de chef jury of zijn assistent worden

geïnformeerd door het tonen van een rood bordje. Als het niet gelukt is

de atleet het rode bordje te tonen dan zal dit niet tot gevolg hebben dat

de diskwalificatie teniet wordt gedaan.

(b) Bij alle wedstrijden die worden gehouden onder auspiciën van de IAAF

of waarvoor de IAAF toestemming heeft verleend, mag geen enkele atleet

worden gediskwalificeerd door rode kaarten van twee juryleden met

dezelfde nationaliteit.

(c) Bij baanwedstrijden moet de gediskwalificeerde atleet onmiddellijk de

baan verlaten en bij wegwedstrijden moet de atleet onmiddellijk na de

diskwalificatie de startnummers verwijderen en het parkoers verlaten.

Iedere gediskwalificeerde atleet, die verzuimt de baan of het parkoers te

verlaten, kan worden blootgesteld aan verdere disciplinaire maatregelen

volgens artikel 60.4 (f) en 145.2.

(d) Op het parkoers en nabij de finish moeten een of meer borden worden

geplaatst waarop, ter informatie van de atleten, het aantal rode kaarten

is vermeld dat voor elke atleet aan de chef jury is gestuurd. Het symbool

van elke overtreding zou eveneens op dit bord kenbaar gemaakt moeten

worden.

(e) Bij alle wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a) moeten de juryleden

draagbare communicatieapparatuur gebruiken, waarmee alle rode kaarten

rechtstreeks naar de secretaris en het waarschuwingenbord kunnen

worden verzonden.

In alle andere wedstrijden, waarin een dergelijk systeem niet wordt gebruikt,

moet de chef jury snelwandelen onmiddellijk na afloop van het

onderdeel aan de scheidsrechter doorgeven welke atleten zijn gediskwalificeerd

volgens artikel 230.3 (a) en 230.6 (a). Daarbij moet worden

vermeld het startnummer, het tijdstip van bekendmaking en de overtreding;

hetzelfde moet gebeuren voor alle atleten die een rode kaart hebben

gekregen.

De start

7. De wedstrijd moet worden gestart door het afvuren van een startrevolver,

waarbij de startcommando’s voor looponderdelen langer dan 400 m moeten

worden gehanteerd (artikel 162.3). Bij wedstrijden waaraan veel atleten

deelnemen, moeten 5 minuten, 3 minuten en 1 minuut voor de start waarschuwingssignalen

gegeven worden.

Veiligheid en medische verzorging

8. (a) De organisatiecommissie van snelwandelwedstrijden is verantwoordelijk

voor de veiligheid van atleten en officials. Bij wedstrijden die vallen onder

artikel 1.1 (a), (b), (c) en (f) moet het gehele parkoers waarop de

wedstrijd wordt gehouden in alle richtingen zijn afgesloten voor gemotoriseerd

verkeer.

(b) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a), (b), (c) en (f) moet het

tijdschema zodanig zijn opgesteld, dat de start en finish bij daglicht

plaatsvinden.

(c) Een vluchtig medisch onderzoek tijdens het verloop van de wedstrijd

door daarvoor door de organisatiecommissie aangewezen en als zodanig

herkenbaar medisch personeel, wordt niet als assistentie beschouwd.

(d) Atleten moeten, onmiddellijk nadat zij hiertoe van de medisch gedelegeerde

of van een lid van de officiële medische staf opdracht hebben

gekregen, de wedstrijd verlaten.

Drink-, spons- en verfrissingposten

9. (a) Bij alle snelwandelwedstrijden moeten bij de start en de finish water en

andere geschikte verfrissingen beschikbaar zijn.

(b) Bij alle snelwandelwedstrijden tot en met 10 km moeten, afhankelijk van

de weersomstandigheden, spons-/drinkposten met alleen water worden

ingericht op daarvoor geschikte onderlinge afstanden.

Opmerking: Ook mogen nevelinstallaties worden opgesteld als dat bij

bepaalde organisatorische en/of klimatologische omstandigheden passend

wordt geacht.

(c) Bij alle wedstrijden langer dan 10 km moet iedere ronde een verfrissingspost

beschikbaar zijn. Voorts moeten de organisatoren ongeveer

halverwege de verfrissingposten, of als de weersomstandigheden dit

vereisen, op meerdere plaatsen drink-/sponsposten inrichten, waar alleen

water ter beschikking wordt gesteld.

(d) Verfrissingen, die óf door de organisatoren óf door de atleet zelf kunnen

worden verstrekt, moeten óf zo zijn opgesteld dat de atleten ze gemakkelijk

zelf kunnen pakken, óf door daarvoor aangewezen personen aan

de atleten aangereikt kunnen worden.

(e) Een atleet die op andere plaatsen dan door de organisatoren ingerichte

posten verfrissingen aanneemt, stelt zich bloot aan diskwalificatie door

de scheidsrechter.

(f) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a), (b), (c) en (f) mogen per

land maximaal twee officials achter de tafel met verfrissingen plaatsnemen.

Onder geen enkele omstandigheid mogen deze officials met een

atleet, voor wie de verfrissing bestemd is, meelopen.

Wegparkoers

10. (a) Bij wedstrijden die vallen onder artikel 1.1 (a) mag een ronde niet korter

dan 2 km en niet langer dan 2,5 km zijn. Bij alle andere wedstrijden mag

een ronde niet korter dan 1 km en niet langer dan 2,5 km zijn. Voor

wegwedstrijden waarbij de start en finish op een atletiekbaan liggen,

moeten de rondes zo dicht mogelijk bij de atletiekbaan zijn gelegen.

(b) De lengte van een wegparkoers moet in overeenstemming met artikel

240.3 worden gemeten.

De wedstrijd

11. In wedstrijden van 20 km of langer mag een atleet met toestemming en

onder toezicht van een official het parkoers verlaten onder de voorwaarde

dat daardoor de af te leggen afstand niet wordt verkleind.

12. Als de scheidsrechter, op aangeven van een jurylid of baancommissaris of

op andere wijze, er van overtuigd is dat een atleet het aangegeven parkoers

verlaten heeft en zo de af te leggen afstand heeft verkleind, dan

moet die atleet worden gediskwalificeerd.



Bovenkant pagina
Uitleg over de snelwandelregels
Naar Snelwandeloverzicht
Naar startpagina
Laatst bijgewerkt op: 01.07.2010