Vermoeidheidsbreukje ('Stressfractuur')

Inleiding

Een veel voorkomende overbelastingsblessure bij lopen is een vermoeidheidsbreukje. Een andere naam voor deze aandoening is 'stressfractuurtje'. Zo'n vermoeidheidsbreukje kan in alle botten die zwaar belast worden ontstaan. Dat verschilt dus per sport! Bij lopen treedt een vermoeidheidsbreukje het frequentst op in het onderbeen, met name in het scheenbeen, het kuitbeen of de voorvoet. Minder vaak komt een vermoeidheidsbreukje voor in de voetwortel, het bovenbeen of het bekken. In de beginfase van het ontstaan van een vermoeidheidsbreukje is er vaak een dragelijke pijn, die met name optreedt tijdens de landing. Als er met deze klacht doorgetraind wordt, kan de pijn (soms plotseling) dusdanig verergeren, dat er ook pijn bij wandelen of zelfs in rust voorkomt. Soms is er een duidelijke zwelling te zien op de plaats van de pijn.

Oorzaken van een vermoeidheidsbreukje

Een vermoeidheidsbreukje in het bot kan optreden als er te vaak 'buigkrachten' op inwerken zonder dat het bot (door rust) de kans krijgt om te herstellen. Een vermoeidheidsbreukje is dus in feite een soort overbelastingsblessure van het bot. Hierbij treedt er in eerste instantie 'alleen' een knikje op in de schil van het bot (cortex), later kan er een barstje of klein scheurtje in het bot ontstaan. Wordt er echter met een vermoeidheidsbreukje toch doorgetraind, dan kan een echte botbreuk ontstaan. Meestal is een samenspel van factoren verantwoordelijk voor het ontstaan van dit vermoeidheidsbreukje:

  • een te snelle opvoering van tempo en/of duur van de trainingen in het begin van het seizoen of na het herstel van een blessure;
  • het veelvuldig uitvoeren van heuveltraining, sprongvormen of andere belastende trainingsvormen.
  • het lopen op een harde ondergrond (asfalt, beton) in combinatie met slecht schokabsorberend schoeisel (spikes!);
  • de aanwezigheid van sportrelevante afwijkingen, zoals een beenlengteverschil, een standafwijking van de voeten (knik-platvoeten, holvoeten) of een relatief tekort aan spierkracht van de voet- en kuitspieren;
  • een verminderde botdichtheid. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen op hogere leeftijd en bij (duur)atletes, waar de menstruatie langer dan een jaar is weggebleven.
Hoe voorkom je het ontstaan van een vermoeidheidsbreukje?

Om deze blessure te voorkomen, is het raadzaam om onderstaande 'preventietips' op te volgen.

  • Warming-up
    Doe een goede warming-up: loop minimaal 5 minuten rustig in en voer daarna rekoefeningen uit. Daarna dient natuurlijk een specifieke warming-up uitgevoerd te worden!
  • Goede trainingsopbouw
    Zorg voor een goede trainingsopbouw. Verhoog de intensiteit en de omvang van de trainingen niet te snel. Voorkom eenzijdige trainingsvormen. Wissel bijvoorbeeld de sprongkracht- en heuveltraining af met minder belastende trainingen.
  • Spierversterkende oefeningen
    Ook voor lopers is het belangrijk om over een basisniveau aan kracht(-uithoudingsvermogen) te beschikken. Vraag je trainer een algemeen oefenprogramma met spierversterkende oefeningen voor je op te stellen, bijvoorbeeld met handhaltertjes of in circuit-trainingsvorm. Besteed in de training aandacht aan spierversterkende oefeningen voor de voetspieren, de 'voetheffers' en de kuitspieren.
  • Goede techniek
    Probeer met de juiste techniek te lopen, waarbij de voeten recht naar voren wijzen, op de buitenkant van de hak wordt geland en de voet over de binnenzijde van de bal van de voet afgewikkeld wordt.
  • Ondergrond
    Vermijd langdurig lopen op een harde ondergrond. Loop liever op een zachte ondergrond, zoals gras of in het bos.
  • Sportschoenen
    Draag soepele en goed passende sportschoenen met een schokdempende zool en een goede ondersteuning van de voetboog. Wanneer de voeten de neiging vertonen bij de voetafwikkeling te veel naar binnen weg te zakken ('overpronatie'), gebruik dan schoenen die dat tegengaan. Een goede sportzaak kan over de aanschaf van de juiste sportschoenen adviseren. Realiseer je dat de meeste spikes geen enkele schokdemping of ondersteuning geven. Train dus zoveel mogelijk op je gewone sportschoenen.
  • Cooling-down
    Beëindig de training altijd met een cooling-down. Deze bestaat uit enkele minuten rustig uitlopen en in ieder geval uit het uitvoeren van de boven beschreven rekoefeningen.
  • Lichaamsgewicht
    Zorg voor een juist lichaamsgewicht. Als er sprake is van een (te) hoog lichaamsvetpercentage, helpt 'afvallen' zeker mee om overbelasting te voorkomen.
  • Menstruatie
    (Duur)atletes die meer dan een jaar niet of slechts zeer onregelmatig menstrueren, moeten de oorzaak hiervan laten onderzoeken en (zo mogelijk) een behandeling laten instellen.
Wat kan je doen als deze blessure (toch) is ontstaan?

Wees alert op het begin van deze pijnklachten. Een zeurende pijn tijdens of vlak na de sportbeoefening is niet normaal! 'Door de pijn heen lopen', leidt van kwaad tot erger. De bij lopen veel voorkomende scheenbeenklachten kan het begin zijn van een vermoeidheidsbreukje in het scheenbeen! Volg, om erger te voorkomen, de hier onderstaande regels op.

  • Voer bovenstaande preventietips uit
  • Pas de training aan
    Vaak kan het tijdig aanpassen of stoppen van belastende trainingsvormen al voldoende zijn om een beginnende overbelasting van het bot te laten genezen. Je kunt in het algemeen je conditie goed op peil houden door alternatieve trainingsvormen op te zoeken waarbij de botten niet te zwaar belast wordt zoals fietsen, aqua joggen of steppen.
  • Koelen
    Koelen helpt in het algemeen goed tegen de pijn en tegen de zwelling. Het is niet waarschijnlijk dat het vermoeidheidsbreukje hierdoor eerder geneest. Als je wilt koelen, doe dit dan in de vorm van een ijsmassage, door gedurende zo'n 15 minuten met een smeltend ijsblokje over de pijnlijke plek heen te wrijven. Dit kun je zo'n 3-5 keer per dag herhalen.
  • Aanschaffen nieuwe sportschoenen
    Laat door een deskundige beoordelen of je schoenen (nog) goed zijn en of het aanmeten van sportsteunzolen door een orthopedisch schoenmaker zinvol is.
  • Vraag sportmedisch advies
    Als bovenstaande maatregelen niet binnen twee weken tot een duidelijke vermindering van de pijnklachten leiden, ga dan naar de huisarts of naar een (geregistreerd) sportarts. Deze (sport)arts kan dan beoordelen welke behandeling voor jou het beste is. Je kunt bij het Bureau Sportgeneeskunde Nederland opvragen waar bij jou in de buurt een sportarts werkzaam is (tel.(030) 225 22 90 of www@sportgeneeskunde.com).
Beleid en beloop bij het herstel van een vermoeidsheidsbreukje

De (sport)arts kan de blessure onderzoeken en meestal zo de diagnose stellen. Soms is nader onderzoek nodig (röntgenfoto, technetium scan) om de diagnose te bevestigen. Als er inderdaad sprake is van een (beginnend) vermoeidheidsbreukje zal vaak 6-8 weken gedoseerde rust noodzakelijk zijn. Alle activiteiten waarbij of waarna pijnklachten optreden, zijn verboden. Vaak kun je nog wel een alternatief trainingsprogramma uitvoeren om de spierkracht en de conditie met andere trainingsvormen (fietsen, zwemmen, lopen in het water) op peil te houden. Als begonnen wordt met een trainingsopbouw, is het belangrijk om in eerste instantie om de dag te trainen (het bot heeft dan steeds een dag de tijd om te herstellen van de belasting!). Een vermoeidheidsbreukje geneest meestal goed en restloos, hoewel dat soms wel erg lang kan duren!

Bovenkant pagina
Medisch overzicht
Startpagina