Fons Jansen


Conference: Dokter

"Nee, schrik niet, er is niks aan de hand. Ik zit te waken bij het kraambed.
Ik zeg net tegen mevrouw: Waarom is er geen kraamverzorgster besteld? Maar die schijnt wel besteld te zijn. Wanneer mevrouw? Drie maanden van tevoren? Ja dat is te laat. Dat moet tegenwoordig tien maanden van tevoren.
Nou, dat is alweer de derde bevalling in veertien dagen. Heel wat voor tegenwoordig.
Vroeger zat je zowat iedere nacht ergens anders te waken. Ik weet nog, de familie De Boer. Zeventien kinderen.
Ik gaf al eens een hint. Maar De Boer, hij plantte voort. Daar kwam eerst een Marietje, toen een Guusje, toen een Henny, een Harrie... afijn ten slotte kregen ze een Oscar.
Bij de bevalling stuurde ik meneer altijd maar de deur uit. Ik dacht, die man krijgt zoveel routine, volgende keer hebben ze mij niet meer nodig. En daar heb ik geweldig de pest aan, aan de medische doe-het-zelver.
Dat neemt hand over hand toe. Je hebt tegenwoordig patiŽnten die bestaan het om te overlijden zonder medische hulp. Ik vind dat levensgevaarlijk.
Tegenwoordig komen ze allemaal op het spreekuur voor anticonceptionele tabletten.
Dokter, geef mij een ovulatieremmer. Ik zeg, het is geen auto onderdeel, dat weet u toch?
En of je het in mindering kan brengen op de inkomstenbelasting. Ik zeg altijd, je trekt de buitengewone lusten maar af van de buitengewone lasten.

Ja, maar dat is toch onzin. Ik ben toch geen belastingconsulent?
Ik zit trouwens wel eens te denken: wat is er van het hele beroep van huisarts eigenlijk nog over?
Vroeger werd je behandeld of je God weet wie was. Of je van adel was. En dat was ook zo.
Wij kwamen tenslotte uit het geslacht van de Medici. Maar tegenwoordig is een huisarts niks bijzonders meer.
En hoe komt dat? Jan en Alleman wordt dokter. De mensen worden er doodziek van.

Ik heb een frappant voorbeeld bij de hand. Veertien dagen terug word ik opgebeld door een wildvreemde mevrouw die zegt: Dokter, mijn man lijdt aan waanvoorstellingen, hij verbeeldt zich een dokter te zijn.
Ik zeg: Mevrouwtje, dan moet je niet mij bellen, bel je eigen huisarts.
Ze zegt: Ja, maar die kan hem niet helpen, want die heeft hetzelfde.
Het zijn je reinste beunhazen. Jonge doktoren die hun patiŽnten behandelen voor longontsteking en dan gaan die mensen de pijp uit aan blinde darm. Dat zal je bij mij niet zien gebeuren. Als ik iemand behandel voor longontste-king overlijdt-ie ook aan longontsteking.
Beunhazen. Met leesbare recepten, belachelijk. Een recept moet niet leesbaar zijn. Dat is nergens goed voor.
Integendeel. Een patiŽnt van mij is met een recept van mij drie weken lang gratis het gemeentemuseum binnen gewandeld.
Ik laat de jongelui maar aan dokteren. Ze zullen er vanzelf achter komen dat huisarts een rotvak is. Ik ren me gek, van de ene visite naar de andere, om een beetje een redelijk honorarium te halen. En hoe vaak kom je niet ergens dat je denkt: ik had geen tien minuten later moeten zijn, dan was de vent alweer beter geweest.

Ik heb trouwens ook nooit huisarts willen worden. Ik had verdomd graag willen specialiseren. Maar mijn collegae zeiden destijds: Word jij nou geen specialist, jij praat daarvoor niet bekakt genoeg.

Ik heb nog even aan zenuwarts gedacht. Ben achteraf blij dat het niet doorgegaan is. Een collega van mij is zenuwarts geworden. Maar die man is nu zelf min of meer over zijn toeren. Tenminste hij zei laatst tegen me: Ik ben nou in het stadium dat ik zelf een psychiater zal moeten raadplegen. Ik zeg: Kun je in zo'n geval nou niet naar je eigen? Hij zegt: Het kan wel, maar wie zal dat betalen

Nee, als je het weten wilt, ik had huidarts willen worden. Een heel mooi vak.
Logisch dat het een mooi vak is, dermate logisch. Daar hoeven we verder niet over te praten.
Kijk, de patiŽnten van een huidarts die zijn altijd tevreden.
Die mensen worden ook op hun wenken bediend, neem me niet kwalijk. Die hebben de uitslag al voor het onderzoek.
En een vak met toekomst.
Denk even aan de astronauten. Niet die jongens die naar de maan heen en weer pendelen.
Dat blijkt een steriel hemellichaam. Is geen bacterie vandaan te sleuren. Voor een huidarts niks te verdienen.
Maar als die astronauten eerdaags terugkomen van Venus, met de ziekten die ze daar hebben opgelopen.

Maar ik meen het echt. Huisarts is een rotvak. Het is zo ondankbaar.
Wat je beoogt - laten we zeggen de instandhouding van de patiŽnt - dat zie je achter elkaar mislukken.
Je geneest de mensen tot ze erbij neervallen. Iedere huisarts is in de grond van de zaak een condolerend geneesheer. Zo'n lichaam zit wel aardig in elkaar en je hebt er ook levenslange garantie op. Maar helaas, geen dag langer.
Afijn, ik wil niet somber zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we het probleem van de dood ook nog onder de knie krijgen. Vergeet niet, er Ūs al een tablet dat je niet geboren wordt, dus het andere kan spoedig volgen.

De gekste dingen gebeuren toch? In mijn praktijk, in het klein, daar gebeuren ook onverwachte dingen. Vorige week stond er in mijn spreekkamer voor het eerst - na een jarenlange praktijk - zo'n dame, zo'n dame uit de publieke werken. Uit de public relations. Ja, dat vind ik zo'n vage branche, daar zal dit ook wel onder vallen.
Nou moet je weten, ik heb een enorme belangstelling voor beroepskeuze.
Ik vraag al mijn patiŽnten: wat boeit je nou in je beroep? Ik denk, laat ik het haar ook vragen. Dus ik zeg: Wat trekt u nou aan in dit beroep? Ze zegt: Niks.
Ik vroeg wat de klachten waren. Ze zegt: Dokter, ik ben de laatste tijd zo moe. Ik zeg: Dan weet ik het goed gemaakt, dan zou ik maar es veertien dagen uit bed blijven.

Weet je wat het ergste is in zo'n praktijk? De simulanten, de smoesjesmakers.
Zo van: dokter als ik zo doe, doet het hier pijn.
Wat moet je dan zeggen? Ik zeg altijd maar: Voorlopig dan maar niet meer zo doen.
Ik heb zo'n grappenmaker gehad, die kwam iedere dag met een ander smoesje. Op een keer was-ie er niet. Ik zeg de volgende dag: Waar was je nou gisteren? Ik voelde me niet lekker. Hij is nou godzijdank dood.
Tenminste, dat zei-ie door de telefoon.
Ik heb ook eens een pief gehad, een arme kerel, kon je zo zien. En ik schrijf dat altijd op, anders vergeet ik het. Ik schreef op: arm
Maar die man nam een zakdoek uit zijn zak en begon zijn neus te snuiten op zo'n merkwaardige wijze, keihard: toet, toet. Ik dacht: Dat is een rare snuiter. Kun je nagaan wat ik al had: een vreemde, arme snuiter.
Ook moede van het wandelen? Ja, ook.
Ik denk, waar ken ik die vent van? Nou neem ik nooit een enkel risico, heb de man dus helemaal onderzocht, maar hij had geen fluit, alles prima. Ik vraag naar zijn beroep. Fluitist. Ik zeg: Dat had je wel eens eerder kunnen zeggen dan heb jij de ziekte van Pfeiffer.

Zal ik je nou eens vertellen, de gekste bevalling die ik ooit heb meegemaakt.
Dat speelde zich af daags voor Sinterklaas. Stel je voor, een jong echtpaar geen kindertjes, de eerste is op komst, zij is pakweg achteneenhalve maand in verwachting, en die luitjes halen het op een gegeven moment in d'r bolle hoofd bij de buren Sinterklaas te gaan spelen.
De rolverdeling is als volgt: die man verkleedt zich als zwarte Piet en zij als Sinterklaas, met zo'n tabberd aan, zo'n positietabberd. Die luitjes opgewekt naar de buren. Door de omstandigheden dan maar niet over het dak maar gewoon over straat, wat niet zonder risico was, want het was die avond een beetje glad, maar Piet zei: Er wordt gestrooid.
Ze komen bij die buren aan, het wordt een verdomd aardig feestje, maar op een gegeven moment is het volgende incident vermeldenswaard. Zij staat op het punt de vrouw des huizes een chocoladeletter aan te bieden, een M, toen kreeg ze zelf een Wee.
Inderdaad dit was geheel buiten verwachting. Luitjes schrikken zich rot, als de donder naar d'r eigen huis terug, ik word erbij geroepen, ik ben snel ter plaatse.
Nou, wie schetst mijn verbazing over wat ik daar aantref? Niemand die mijn verbazing zou kunnen schetsen? Dan zal ik het zelf moeten doen.
Ik kom de trap op, struikel over een staf, ga de slaapkamer binnen, wie ligt daar te bed? Sinterklaas. De zak stond ernaast.
Wie? Nee, die stond aan de andere kant. Zwarte Piet was geheel in paniek
Zwarte Piet trok wit weg. Stond nog met al dat lekkers in zijn hand en riep: Dokter, dokter, zou het nog lang duren? Ik zeg: Piet, ik waag me niet aan speculasies.
Dat was mijn eerste gekostumeerde bevalling. En het zal voorlopig wel de laatste zijn."

Bovenkant pagina
Fons Jansen startpagina